<p>Mathijs Niehaus heeft op 15 mei 2012 voor KKNF-leden een enthousiast relaas gehouden hoe je binnen een organisatie (klein of groot) met de VOORT-methode kunt innoveren met een 7 % groter succespercentage. Het bedenken van een goed idee! Daar begint alles mee, maar hoe implementeert je dat vervolgens in je bedrijf? Gijs van Wulfen ( schrijver van het boek “Nieuwe producten en diensten bedenken”) heeft daar de VOORT Innovatiemethode voor ontwikkeld. Deze methode omvat een vijf-stappen plan. De naam VOORT refereert aan de beginletters van deze stappen. Innoveren heeft de grootste kans van slagen als de wens hiertoe van binnenuit de organisatie komt. Vaak is er eerst een impuls van buitenaf door concurrentie of veranderde wetgeving, maar als er vervolgens binnen het bedrijf een echte drijfveer ontstaat om te gaan met innoveren dan pas zal uiteindelijk een nieuw plan geïnnoveerd worden. Dat het management met dit hele proces mee gaat doen is een voorwaarde om te slagen. Ook moet men zich realiseren of de tijd er rijp voor is. Het is niet verstandig te willen innoveren als er bijvoorbeeld net een reorganisatie plaatsvindt.
Het vijf-stappen plan VOORT in grote lijnen:
1. Vertrekken: een goed idee moet gefundeerd worden, wat wil je ermee bereiken, wat heb je er voor over, wat zijn de randvoorwaarden, zijn er andere partijen die bij deze innovatie betrokken worden, zijn er te verwachten blokkades, waar wil je naar toe? Iedereen wordt hierbij betrokken, zowel om input te geven als ook omdat het nu nog bij te schaven is. Deze stap is essentieel en moet daarom goed omschreven worden. Een startdocument moet gemaakt worden, dat als baken dient voor de volgende processen.
2. Ontdekken: het laten groeien van de eerste ideeën, observeren van en praten met de klant (doelgroep) en anderen mee laten denken. In gesprek gaan binnen en buiten je bedrijf, wat heeft de klant nodig (in plaats van wat wil hij), opdoen van inspiratie.
3. Ontwikkelen: zo veel mogelijk ideeën verzamelen. Met een groep meedenkers (ongeveer twaalf personen werkt het beste, waaronder ook buitenstaanders), met behulp van creatieve technieken ideeën genereren. Deze (mogelijk vele honderden) ideeën reduceren tot een kleiner aantal ideeën, vervolgens in het kort uitgewerkt tot ongeveer twaalf haalbare concepten.
4. Reflecteren: hierin toets je de ideeën bij de klanten. Dit levert waardevolle gegevens op, de klant krijgt al informatie en je kan de feedback nu nog gebruiken om je concept aan te passen en te verbeteren. Een volgende fase nodigt niet meer uit om feedback te geven want het antwoord is dan alleen nog ja of nee. De ideeën worden opnieuw uitgeschift tot een top 3 tot vijf concrete ideeën.
5. Terugkeren: de drie tot vijf beste ideeën worden uitgewerkt en aan het management voorgelegd. Het zijn nu uitgewerkte en onderbouwde ideeën waar goede beslissingen op genomen kunnen worden. Word er uiteindelijk één innovatieproject aangenomen, dan zoek je voor de implementatie mensen die dit project structureren en uitvoeren en die het zodanig kunnen presenteren en begeleiden dat zo veel mogelijk tegenstribbelaars overtuigd worden van de waarde van de innovatie.
Ideas are useless unless used
(verslag door Lieneke Volger, Advies in Beweging)</p>



